Schoolloopbaan

Algemeen 

Er zijn verschillende vormen waarmee leerlingen kunnen aangeven in hoeverre zij de leerdoelen beheersen. Er zijn proefwerken, waarvoor moet worden geleerd en die in een toetsrooster worden opgenomen, er zijn ook luistertoetsen, opdrachten, presentaties, dossiers, vlogs, podcasts, enzovoorts. Voor de bovenbouw is de toetsing vastgelegd in het PTA, het programma van toetsing en afsluiting. 

Een belangrijke ontwikkeling in het onderwijs is de beweging van summatief toetsen (gericht op het cijfer) naar formatief toetsen (gericht op de voortgang met daarbij een belangrijke rol voor feedback). Geleidelijk wordt formatief evalueren een steeds groter onderdeel van het onderwijs, wat niet betekent dat cijfers worden afgeschaft. 

algemene regels voor toetsen:
  • Een proefwerk is een voorbereid schriftelijk werk waarvan de datum is aangekondigd en dat een lesuur in beslag neemt.

  • Een schriftelijke overhoring is een schriftelijk werk, dat maximaal een halve les in beslag neemt.

  • De stof voor een proefwerk staat aan de start van een kwintaal in de studiewijzer.

  • Tussen de afronding van die stof en het proefwerk daarover moet in principe een lesuur in het desbetreffende vak zitten (om nog vragen te stellen).

  • De proefwerken worden in een toetsrooster opgenomen. Dit rooster wordt opgenomen in de jaarkalender.

  • Alle proefwerken zijn gecoördineerd, dat wil zeggen dat in een leerjaar de leerlingen dezelfde of eenzelfde toets krijgen die volgens dezelfde of gelijkwaardige normen wordt beoordeeld.

  • Het 'herkansen' van een tegenvallend resultaat kan, zowel individueel als klassikaal, alleen in uitzonderlijke gevallen. Voor examentoetsen in de bovenbouw geldt het examenreglement.

  • Als een leerling door ziekte of een andere oorzaak een toets heeft gemist, moet de toets worden ingehaald.

  • Docenten geven opgaven van toetsen altijd terug aan leerlingen, zodat zij en hun ouders inzicht hebben in de vraagstelling. Dit geldt niet automatisch voor opgaven van herkansingen en inhaaltoetsen en niet voor de toetsen in de bovenbouw (examentoetsen).

Eindrapport 

Er wordt in leerjaar 1 tot en met 4 één papieren rapport uitgereikt, namelijk het eindrapport. Gedurende het jaar geldt een voortschrijdend gemiddelde. Alle cijfers tellen voortdurend mee, waardoor er telkens een nieuwe stand van zaken (een nieuw ‘eindrapport’) is. 

Leerlingbesprekingen en schoolloopbaan 

In het najaar en in het voorjaar zijn er leerlingbesprekingen, waar de ontwikkeling van de leerling centraal staat. In november worden er waar nodig afspraken gemaakt voor de komende periode. In april wordt door het docententeam, zoveel mogelijk in overleg met de leerling en zijn ouders, een uitspraak gedaan over het verdere verloop van de schoolloopbaan, wat tijdens de eindvergadering door mentoren en schoolleiding wordt bevestigd dan wel bijgesteld. Ook hier staat de ontwikkeling van de leerling centraal, waarbij vooral gekeken wordt naar de inschatting van de resultaten (zie overgangsnormen), de studiehouding en de capaciteiten van de leerling.

Overgangsnormen

Bij het bevorderingsbesluit wordt uitgegaan van hele eindcijfers. Het eindcijfer is gebaseerd op het op één decimaal afgekapte laatste voortschrijdend gemiddelde (voorbeeld: 5.4 wordt 5, 5.5 wordt 6).

Van leerjaar 1 naar 2:
Een leerling wordt bevorderd bij maximaal twee tekortpunten* en geen 4 op de lijst.

Van leerjaar 2 naar 3:
Een leerling wordt bevorderd bij maximaal drie tekortpunten* (een 4 is toegestaan).

Van leerjaar 3 naar 4:
Een leerling wordt bevorderd naar leerjaar 4 als hij voldoet aan de volgende criteria:

  • in totaal niet meer dan twee onvoldoende eindcijfers;

  • niet meer dan twee tekortpunten* per vak;

  • in totaal niet meer dan drie tekortpunten;

  • bij 1 tekortpunt is geen compensatie vereist;

  • bij 2 of 3 tekortpunten is zodanige compensatie vereist dat het gemiddelde van de afgeronde eindcijfers minimaal 6.0 is

  • voor de berekening van het aantal tekortpunten tellen alle vakken van het betreffende leerjaar mee.

  • Algemene Vorming moet zijn afgesloten met een voldoende.

Van leerjaar 4 naar 5:
Voor leerjaar 4 gelden dezelfde bevorderingsnormen als voor leerjaar 3, met enkele uitzonderingen en aanvullingen vanwege de profielkeuze:

  • Een leerling wordt voor de bevordering naar leerjaar 5 beoordeeld op de eindcijfers van alle vakken (zowel de gemeenschappelijke vakken als de keuzevakken).

  • Het vierde, vijfde en zesde keuzevak tellen mee bij de overgang, tenzij de leerling op dat vak niet bevorderd zou worden. In dat geval wordt het keuzevak buiten beschouwing gelaten.

Van leerjaar 5 naar 6:
Wanneer aan het einde van de 5e klas aan onderstaande voorwaarden is voldaan, vindt geen beoordeling plaats en kan de leerling doorstromen naar de 6e klas. De voorwaarden zijn:

  • gemiddeld cijfer minimaal een 6.0 (gemiddelde van de onafgeronde cijfers)

  • geen cijfer lager dan 4.0

  • LO naar behoren afgerond

  • voor de kernvakken (Nederlands, Engels, Wiskunde) slechts één onvoldoende

*tekortpunten: 5 = 1 tekortpunt; 4 = 2 tekortpunten, enz.

null

Maatschappijleer

Het vak Maatschappijleer is een schoolexamenvak en wordt in leerjaar 4 afgesloten. Daarom wordt er vóór 1 oktober van het schooljaar een programma van toetsing en afsluiting (pta) voor dit vak gepubliceerd.
Een leerling kan aan het eind van het schooljaar één toets Maatschappijleer herkansen om een onvoldoende voor dit vak te herstellen of om een eindcijfer te verbeteren.
Het schoolexamencijfer voor Maatschappijleer is samen met het cijfer voor het profielwerkstuk onderdeel van het combinatiecijfer op de eindlijst van het diploma.
Een leerling die het vierde leerjaar (deels) doubleert en Maatschappijleer heeft afgesloten met minimaal een 7, hoeft dit vak niet over te doen.

null